1847-1851

1847

De ontwikkelingen voor wat betreft de spoorlijnen staan op een erg laag pitje. In het jaarverslag van de Gouverneur van Friesland wordt vermeld: Ten opzichte van de aanleg van spoorwegen in deze provincie, is ons, sedert het verslag van vorig jaar, niets naders bekend geworden.

1848

Er zou weer een concessie zijn aangevraagd. Nu voor de lijn Harlingen over Leeuwarden naar Groningen, met een zijlijn van Groningen, over Assen naar Zwolle.
Over deze lijn is in België een brochure verschenen: "Chemin de fer de la mer du Nord, á la mer Baltic", (IJzeren weg van de Noordzee naar de Baltische Zee) door M.X. Tarte, Ingenieur-civil. Aan het eind van het jaar verschijnt een artikel in de Leeuwarder Courant over het belang van een spoorlijn van het noorden van Duitsland, door de provincies Groningen en Friesland naar Harlingen. De uitvoer van vee per stoomboot naar Londen zou aanmerkelijk kunnen groeien als de spoorlijn is aangelegd.

Haven van Harlingen

1849

Het is dit jaar rustig aan het front. Er zijn geen ontwikkelingen te melden voor het noorden van Nederland op spoorweggebied.

1850

De brochure "Chemin de fer de la mer du Nord, á la mer Baltic", (IJzeren weg van de Noordzee naar de Baltische Zee) door M.X. Tarte, Ingenieur-civil, wordt opnieuw ontdekt. De Nieuwe Utrechtsche Courant maakt melding van het bestaan van dit boekwerkje. In het zelfde artikel worden voordelen gezien in de spoorlijn van Noord-Duitsland naar Harlingen. Ook voor Friesland en Groningen ontstaan nieuwe exportmogelijkheden. 

1851

De aanleg van spoorlijnen in Noord-Nederland is totaal uit beeld.