Inkomsten

De lijn Harlingen-Leeuwarden is in 1863 vanaf de openstelling op 27 oktober ruim 2 maanden (66 dagen) in bedrijf geweest. De opbrengst was bijna f 16.000,-.

De opbrengsten van de lijn worden regelmatig bekend gemaakt, tot op de ½ cent nauwkeurig. In het begin was alleen het traject Harlingen-Leeuwarden in gebruik. De opbrengsten variëren tussen de f 6.000,- en f 11.000,- per maand.

Als in 1868 de spoorlijn is doorgetrokken tot Winschoten bedragen de inkomsten van de hele lijn tussen de f 46.000,- en f 53.000,- per maand. Eind 1868 worden de  inkomsten van het totale ‘Noordernet’ elke maand in de krant vermeld. Dit zijn bedragen tussen de f 120.000 en f 180.000,-. ‘Noordernet’ waren de spoorlijnen ten noorden van Zwolle, alsmede de lijn van Zwolle naar Arnhem.

Traject [km] (jaren) Opbrengst per maand Opbrengst per kilometer
Harlingen-Leeuwarden [25 km] (1863-1866) f 6.000 - f 11.000 f 240 - f 440
Harlingen-Groningen [80 km] (1866-1868) f 19.000 - f 45.000 f 238 - f 562
Harlingen-Winschoten [115 km] (vanaf 1868) f 46.000 - f 53.000 f 400 - f 460

Of met ‘opbrengsten’ de winst werd bedoeld, is niet duidelijk. Waarschijnlijk is dit wel het geval.

Naast het goederen- en passagiersvervoer vloeien er ook inkomsten in de kas die voortkomen uit het telegraafverkeer. Op diverse stations worden namelijk spoorweg-telegraafkantoren ingericht. De spoorwegstations van Leeuwarden, Hardegarijp en Veenwouden hebben al sinds 1866 een dergelijk kantoor. Deze kantoren zijn feitelijk bedoeld voor de interne communicatie, maar hebben ook een aansluiting met de Rijkstelegraaf.