Exploitatie

Het motief om spoorlijnen in Nederland aan te leggen, is altijd van economische aard geweest. Dat geldt zeker voor de spoorlijn van Harlingen naar Groningen en verder. Deze lijn is vooral aangelegd ter bevordering van het goederenvervoer van en naar Duitsland en Engeland. Niet alleen de uitvoer van (agrarische) producten vanuit het noorden van Nederland naar beide landen, ook de doorvoer van goederen uit deze landen heeft een rol gespeeld. Daarnaast speelde de snelle verplaatsing van oorlogsmaterieel een zekere rol.

De lijn Harlingen-Leeuwarden (Staatslijn B) is in 1863 vanaf de openstelling op 27 oktober ruim twee maanden (66 dagen) in bedrijf geweest. De opbrengst in de periode is bijna f 16.000,- (in 2017: € 165.000,-).

 

Opbrengsten in de eerste jaren.

1863 Harlingen-Leeuwarden (25 km)

f 6.000,- tot f 11.000, - per maand (€ 62.000 tot € 113.000,-).

f 240,- tot f 440,- per kilometer (€ 2.500,- tot € 4.500,-).

1866-1868 Harlingen-Groningen (80 km)

f 19.000,- tot f 45.000,- per maand (€ 192.000,- tot € 454.000,-).

f 238,- tot f 562,- per kilometer (€ 2.400,- tot € 5.700,-).

 

 

Vanaf 1868 Harlingen-Winschoten (115 km)

f 46.000,- tot f 53.000,- per maand (€ 470.000,- tot € 541.000,-)

f 400,- tot f 460,- per kilometer (€ 4.100,-tot € 4.700,-).


Uitbreidingen en aanpassingen (uitgezonderd de baanverdubbeling)

Nadat de lijnen in exploitatie zijn genomen, vinden er nog regelmatig uitbreidingen en aanpassingen plaats.

In 1872 wordt de bouw van een wachtkamer met bureau op de halte Tietjerk aanbesteed, alsmede het verbreden en verlengen van het begrind trottoir aldaar.
In 1928 wordt het station van Hardegarijp aangesloten op het elektriciteitsnet. Op het perron is nu alles tiptop in orde. Tot dusver werd het station op primitieve wijze met behulp van petroleumlampen verlicht. Ook de stationschef profiteert ervan. Zijn woning wordt eveneens aangesloten op het net. In 1931 ondergaat de halte Tietjerk dezelfde wijziging.

In 1933 richten de ANWB en de KNAC een verzoek aan de Staatsspoorwegen de spoorwegovergang te Veenwouden, die een breedte heeft van slechts 4 meter, te verbreden. Brede voertuigen kunnen elkaar amper passeren. Mede door het drukke verkeer ontstaan op de overweg gevaarlijke situaties. Daarnaast is er een tweede gevaar op de overgang. Dat wordt duidelijk als in 1937 de ANWB hiervoor aandacht vraagt. De (bewaakte) spoorwegovergang aldaar bevindt zich vlak bij een onbewaakte tramkruising, die niet als zodanig te herkennen is. De spoorlijn Leeuwarden-Groningen en de tramlijn Veenwouden-Burgum kruisen elkaar daar. Wat is het geval? Als de spoorbomen geopend zijn, verkeren de weggebruikers in de veronderstelling veilig door te kunnen rijden. Men slaat dan onvoldoende acht op de tram. Dit is ondervangen door de bepaling dat de tram voor de spoorlijn moet stoppen, waarna een beambte van de tram gedurende het passeren van de spoorlijn voor de tram uit moet lopen.

De halte in Tietjerk.

De trein vanuit Groningen kruist bij Veenwouden de tramlijn.

Halte Tietjerk is te koop.

Op 14 mei 1950 wordt de halte Tietjerk gesloten. Als in 1951 de Halte Tietjerk ‘op afbraak’ te koop staat, blijkt dat het gebouwtje nog steeds gebruikt wordt voor de bediening van de overwegbomen. Pas in 1959 wordt de overweg onbewaakt, maar wel voorzien van, zoals dat toen werd genoemd, een flikkerlichtinstallatie.

Het nieuwe station van Hardegarijp in aanbouw. Het oude, deels afgebroken, is dan nog in gebruik.

In 1961 verschijnen de eerste berichten over een nieuw te bouwen stationsgebouw in Hardegarijp. Eind 1962 buigt de Provinciale Friese Schoonheidscommissie zich over het ontwerp van het nieuwe station. De commissie oordeelt: het ontwerp heeft weinig allure, het ontwerp is niet geslaagd en men adviseert de Gemeente Tietjerksteradeel geen bouwvergunning af te geven.

In februari 1963 schrijft de gemeente aan de Nederlandse Spoorwegen, dat ze het hoofdbezwaar (weinig allure en niet geslaagd ontwerp) vanwege de te verwachten vertraging laat vallen. Ze verzoekt de Nederlandse Spoorwegen wel zoveel mogelijk rekening te houden met de deelkritiek. Nog voor de zomer van 1963 wordt begonnen met de bouw van het nieuwe stationsgebouw. Volgens de Nederlandse Spoorwegen “zijn het vrolijke gebouwtjes met veel glas die het goed doen in de omgeving, vooral als de beplanting er bij aansluit”.

In mei 1964 wordt het nieuwe station officieel in gebruik genomen. Dit gebeurt door het hijsen van de vlag door burgemeester mr. W.M. Oppedijk van Veen en stationschef W. Th. Reuvers. Het gebouw is ontworpen door wijlen ir. W. Kloos. Westelijk van het station is nog één ‘oud’ gebouw blijven bestaan.

Het enige oude gebouw dat is blijven staan bij het station van Hardegarijp/Hurdegaryp.

Station Hurdeagryp (2015)

In 1995 verschijnen de eerste berichten in de pers van een handen zijn sluiting van de meeste stationsloketten. Op onder andere de stations Hurdegaryp en Veenwouden zouden alleen nog kaartautomaten zijn. In 1997 wordt het één en ander gerealiseerd. Wat er met de leegstaande gebouwen gaat gebeuren?