Dienstregeling en reisduur

In december 1868 attendeert kamerlid Bijma thoe Kingma, tijdens de vergadering van de Tweede Kamer, minister Fock  van Binnenlandse Zaken op de slechte dienstregeling op de Noorderspoorweg. De minister zegt dat de Regering de Exploitatiemaatschappij inmiddels hierop heeft gewezen. Wel merkt de Minister op dat er te weinig passagierwagons 2e klasse zijn.

In de winterdienstregeling van 1868/1869 staan nog slechts 3 treinen per dag vermeld. De halte Tietjerk is dan in exploitatie. De reisduur tussen Leeuwarden en Veenwouden is maar liefst opgelopen tot iets minder dan 35 minuten. Het stoppen in Tietjerk zal niet de enige oorzaak zijn geweest van de veel langere reisduur.

In 1870 is de reisduur nog iets verder opgelopen. Wel rijden er dan weer tijdelijk 5 tot 6 treinen per dag.

In de loop van 1871 wordt er, ten behoeve van de bezoekers van de Leeuwarder (vee)markt, vrijdag middags een extra trein vanuit Leeuwarden naar Groningen ingezet, om de bezoekers weer huiswaarts te doen keren.

Pogingen van de Minister in 1879, om vanuit het noorden een betere dienstregeling te krijgen met de rest van Nederland, blijken te zijn mislukt. De exploitatiemaatschappij werkt niet mee. De minister blijft wel in gesprek. Verbeteringen in de dienstregeling worden al in de volgende dienstregeling doorgevoerd. Althans, dat wordt beweerd. In de praktijk blijft het aantal treinen per dag gelijk en ook in de reisduur komt geen verandering. Tot 1881 blijft het aantal treinen per dag hangen op 4 tot 5. Wel loopt de reisduur tussen Leeuwarden en Veenwouden geleidelijk terug naar iets minder dan 25 minuten.

Vanaf 1881 komt er één trein per dag bij. Afhankelijk van de richting rijden er dan 5 of 6 treinen.

In 1884 worden de verbindingen vanuit Leeuwarden met de rest van Nederland verbeterd, maar de gewenste verbeteringen op de Noorderspoorweg blijven uit. Maar liefst 2000 handelaren en neringdoenden uitten de wens een extra trein te laten rijden in beide richtingen. De directie gaat er niet op in. De opgerichte “Permanente Commissie van belanghebbenden tot wijziging der treinenloop” krijgt wel te horen dat men voornemens is lokaaltreinen te laten rijden in de zomer van 1884. Lokaaltreinen leggen niet het gehele traject (Harlingen-Groningen) af, maar slechts een deel. Helaas keurt de Minister de zomerdienstregeling van 1884 niet goed in verband met bezwaren van de Posterijen. De lokaaltrein laat dus nog even op zich wachten. Eind 1884 stuurt de “Permanente Commissie …” een brief naar de minister. Of dat geholpen heeft? In de zomerdienstregeling van 1885 zijn inderdaad lokaaltreinen opgenomen, zodat het aantal treinen per dag tussen Leeuwarden en Veenwouden is gestegen tot 6 à 7. De reisduur is echter weer enkele minuten langer geworden.

Vreemde gang van zaken in 1887 is de regeling dat er treinen zijn die in Hardegarijp en Tietjerk wel passagiers uit laten stappen, terwijl instappen niet toegestaan is. Er zijn dan ook treinen die niet stoppen in Tietjerk en/of Hardegarijp. Ook is er een trein op alleen vrijdag waarop er in Leeuwarden geen passagiers voor Hardegarijp mogen in stappen, terwijl de trein er wel stopt. Kortom, erg duidelijk is het er voor de reiziger niet.

In 1891 worden er opnieuw kamervragen gesteld over de dienstregeling op de Noorderspoorweg.

In 1893 wordt er aan het verzoek twee treinen te laten stoppen in Tietjerk gehoor gegeven. Tietjerk blij, zou je zeggen. Echter de trein van 11.00 uur stopt er niet meer, hetgeen erg lastig is voor de bezoekers van de markt in Leeuwarden. Inmiddels rijden er daags wel 7 tot 8 treinen en is de reisduur verkort tot 21 minuten.

VeemarktLeeuwarden1.jpg

Veemarkt Leeuwarden