1860

1860

In januari 1860 bespreekt de Eerste Kamer het wetsontwerp der Spoorwegen. De aanleg van de Noorder Spoorweg wordt noodzakelijk geacht. Men heeft echter bedenkingen tegen de lijn Meppel-Heerenveen-Leeuwarden omdat men verwacht dat hiervoor geen ondernemers zijn die een concessie willen aanvragen. De Regering wil dat Harlingen via Leeuwarden rechtstreeks met Groningen wordt verbonden. Wordt daarna de lijn van Groningen naar Meppel aangelegd, dan zal de lijn van Meppel naar Leeuwarden vast en zeker volgen als Harlingen daar behoefte aan heeft.

De Eerste Kamer had kritiek op de Regering dat men geen acht heeft geslagen op andere concessieaanvragen . De Regering antwoordt dat deze pas kwamen nadat al een voorlopige concessie was verleend. Verder was het nog maar de vraag of de aanvragen aan de eisen voldeden en er voldoende kapitaal beschikbaar was.
Het wetsontwerp werd overigens met 20 tegen 17 stemmen afgekeurd. De Tweede Kamer had de wet eerder al wel aangenomen. Vanuit Noord-Nederland regent het vervolgens verzoeken aan Z.M. de Koning om toch vooral de Noorder Spoorweg aan te leggen. Ook weer een nieuwe concessieaanvraag. Nu van de heren Bredius, Reesema en Riche.
Begin mei ligt er weer een nieuw wetsontwerp bij de Tweede Kamer. Hierin komen de spoorlijnen Steenwijk-Heerenveen-Leeuwarden voor en de lijn Harlingen-Franeker-Leeuwarden-Groningen. De lijn vanuit de richting Steenwijk wordt begonnen in Arnhem, de andere spoorlijn wordt aangelegd vanuit Harlingen. Deze verdeling is gekozen om de werkzaamheden over de provincies te verdelen en een opeenhoping van werklieden op bepaalde plaatsen te voorkomen.
Ondertussen gaat het aanvragen van concessies onverminderd verder. G. Montauban van Swijndrech vraagt concessie aan voor de lijnen van Harlingen, over Leeuwarden, Zwolle naar Enschede en van Leeuwarden naar Groningen, met een kleine kromming, zodat de meeste noordelijke gemeenten in het noorden bijna onmiddellijk aan de spoorweg worden gebracht (Dokkum op 1 uur afstand).

In augustus heeft de Eerste Kamer de wet aangenomen. De vlag gaat uit in Leeuwarden. In oktober staan de eerste werkzaamheden, het doen van opmetingen, op het punt van beginnen. De gemeenten worden opgeroepen de werkzaamheden zoveel mogelijk te bevorderen.
Van Regeringszijde wordt ingenieur Jan Abel Adriaan Waldorp benoemd als toezichthouder bij de aanleg.
In Leeuwarden ontstaat in december enige paniek. Men zou het station willen positioneren aan de noordzijde van de stad. Leeuwarden ziet meer heil in een locatie aan de zuidzijde, nabij de Sneekertrekweg en de Straatweg naar Heerenveen.

Jan_Abel_Adriaan_Waldorp-1.jpg

Jan Abel Adriaan WALDORP