1858

1858

Nog steeds is er geen meter spoorlijn aangelegd van de Noorder Spoorweg. Een mededeling in de Leeuwarder Courant van 9 februari doet de hoop opleven, dat er nu echt wat gaat gebeuren. Er wordt gemeld dat ingenieur Van der Kun van Waterstaat nu snel een onderzoek gaat starten in Friesland, waaraan ook plaatselijke terreinopnemingen verbonden zijn. In Frankrijk verschijnt een brochure. De samensteller denkt dat de Nederlandse bodem ongeschikt is voor het laten rijden van treinen. Deze zou te los van structuur zijn en de vele rivieren en kanalen vormen ook een belemmering. Men komt met het idee om ‘spoorlijnen’ aan te leggen op gewone wegen, waarbij de wagons worden voortgetrokken door paarden. Deze lijnen worden ‘tramways’ genoemd. De tramlijnen in Friesland zijn later inderdaad in deze vorm aangelegd.

In de Tweede Kamer worden door Minister Thorbecke vragen beantwoord over de spoorwegen. Volgens de Minister is er nog steeds uitzicht op de totstandkoming van de spoorlijn Harlingen-Groningen.

En dan is het eindelijk zover. De Staatscourant meldt dat op 2 augustus aan L.A.J.W. baron Sloet en jonkheer P.A. Reuchlin een (voorlopige) concessie is verleend, voor de lijn Meppel, Assen, Groningen, Leeuwarden, Harlingen. Een hele omweg dus om in Friesland te komen.De lijn moet binnen 6 jaar zijn aangelegd. 

Voorstel Sloet Reuchlin, een hele omweg om Harlingen te bereiken.
(klik op de kaart voor een vergroting)

Vanuit Gedeputeerde Staten van Friesland worden aan de gemeenten, waaronder Tietjerksteradeel, waardoorheen de geprojecteerde spoorlijn wordt aangelegd, een brochure gezonden. In de brochure wordt gewag gemaakt van de te volgen richting van de spoorlijn: Grootegast, Surhuizum, Eestrum, Bergum, Tietjerk, Schilkampen ten zuiden van Leeuwarden, Deinum, Lutkelollum, Franker, dan zuidwestwaarts, later westwaarts naar het zuiden van Harlingen. Hierin suggesties hoe de gemeenten kunnen bijdragen aan de totstandkoming van de spoorlijn. Suggesties zijn: het doen van een schenking, deelnemen in het aandelenkapitaal of garant staan voor een deel van de rente van het te lenen kapitaal. Het curieus is dat Leeuwarden besluit geen geld uit de geven voor lijn omdat zij de route niet van groot belang acht voor de gemeente.
De gemeente Tietjerksteradeel zegt jaarlijks f 300,- toe mits de spoorlijn wordt gelegd binnen een afstand van een half uur van de kom van Bergum en minstens één station in de gemeente wordt geplaatst. De jaarlijkse som wordt met f 200,- verhoogd als de lijn van Groningen naar de Hannoverse lijn (Duitsland) wordt verlengd.
De verleende (voorlopige) concessie weerhoudt anderen er niet van alsnog een concessie aan te vragen. De Brouwer van Hogendorp uit Den Haag doet een poging. Hij wil de lijn via een ander traject aanleggen: van Meppel naar de (omgeving van) Drachten en vandaar een lijn naar Leeuwarden en een andere lijn naar Groningen. Als de Regering vasthoudt aan het traject zoals genoemd, is in de concessie aan Sloet/Reuchlin, dan biedt hij aan de lijn binnen 4 jaren aan te leggen.

Richting van de spoorlijn, zoals vermeld in de brochuren van Gedeputeerde Staten van Friesland. In paars de voorgestelde richting, in rood de uiteindelijke richting.

(klik op de kaart voor een vergroting)