1855-1856

1855

In maart wordt een voorlopige concessie verleend aan Sixma en c.s. Het gaat dan over een spoorlijn van Harlingen, over Leeuwarden naar Meppel en zo verder richting Almelo. Ook de spoorlijn Leeuwarden-Groningen maakt deel uit van de verleende voorlopige concessie. De lijnen moeten binnen 6 jaar in exploitatie zijn genomen. Om een goede aansluiting van de lijn met de Duitse Spoorwegen te regelen, vertrekken de concessionarissen meteen naar Duitsland (Rheine) om daarover onderhandelingen te beginnen. Binnen enkele dagen, zo wordt verwacht, zullen de eerste terreinopmetingen beginnen. Nu de plannen vastere vormen gaan aannemen, worden er ook alternatieve plannen gelanceerd. Zo richt de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Friesland een verzoek aan de Minister om de lijn Leeuwarden-Groningen via Drachten te laten lopen. Ook de lijn van Leeuwarden naar Meppel zou dan via Drachten lopen. Het totale traject zou korter zijn. Tweede voordeel is volgens de Kamer dat de grond waarover de lijn loopt, beter en goedkoper is.

In juni blijkt dat Sixma en c.s. nog wat geld tekort komen om de concessie te realiseren. Men besluit aandelen te gaan uitgeven. In november blijkt dat één van de concessionarissen, te weten H.P. Bernelot Moens, zich terugtrekt uit het project. In december vervalt de voorlopige concessie van Sixma en c.s. De Minister geeft echter te kennen dat de concessie voorlopig niet aan andere gegadigden zal worden verleend. Hij geeft Sixma en c.s. de tijd om voor 20 april 1856 een waarborgkapitaal van 1 miljoen gulden te storten.

Voorstel van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Friesland voor de 'Noorder spoorweg' van 1855.
(klik op afbeelding voor vergroting)

1856

Blijkbaar lukt het Sixma en c.s. niet om het vereiste kapitaal bijeen te garen. Er komen kapers op de kust. Een associatie te Almelo vraagt een concessie aan. Men zegt al een aanzienlijk kapitaal bijeen te hebben. Nadat de concessie is verleend, belooft men binnen 3 maanden het gehele bedrag van 1 miljoen gulden te hebben gestort. Ene heer Balkema, gesteund door kapitaalkrachtigen uit Engeland, komt weer in beeld. Aangezien de betrokken Engelsen, de heren Fox en Henderson & Co, niets willen weten van het storten van 1 miljoen gulden, gaat de aanvraag niet door. Balkema doet echter een nieuwe aanvraag en omdat hij geen enkele subsidie verwacht van regeringszijde, kan de Leeuwarder Courant zich niet voorstellen, dat deze concessieaanvraag wordt geweigerd. In juli verneemt deze krant dat er een concessie is verleend aan de heer Elias Jan Hendrik Dull uit Almelo. Zijn spoorlijn zou lopen van Harlingen, naar Leeuwarden en vervolgens over Beetsterzwaag naar Groningen. Vanuit Beetsterzwaag ook een spoorlijn naar Meppel. Dit plan lijkt veel op het plan van de Kamer van Koophandel en Fabrieken uit 1855. Ook in juli richten zich de Belgen C. David, F.J. Bennert, Ch. Gunther en A. Bennert zich tot Z.M. de Koning om de concessie te krijgen. Eigenlijk zijn zij belangrijke geldschieters voor Dull uit Almelo, maar omdat zij vinden dat de plannen en inzichten van Dull verkeerd zijn en Dull verder elk gesprek uit de weg gaat, hebben ze nu zelf een concessieaanvraag ingediend. In hun plan komt Beetsterzwaag niet meer voor.

In augustus reizen er ingenieurs van de Waterstaat door Friesland voor het doen van opnemingen in het terrein, waarlangs de spoorlijn zou moeten lopen.

In oktober wordt door de Minister de te verlenen concessie aan Dull naar de Ministeries van Oorlog en Financiën gestuurd. Met het verlenen van de concessies gaat de Regering ervan uit dat alle voorname zeehavens in Nederland, waaronder Harlingen, en andere steden doormiddel van spoorwegen met elkaar worden verbonden. Het liefst dient dit te gebeuren zonder dat dit het Rijk wat kost.