1852

1852

Vanuit Duitsland wordt druk op de ketel gezet. Vanuit Rheine, dat net over de grens bij Enschede ligt, heeft men belangstelling om met een spoorlijn een goede verbinding met Noord-Nederland te krijgen. In Oldenburg (D) komt de door Balkema & Comp. ontworpen spoorlijn van Nieuweschans naar Hamburg weer ter sprake. Een vertegenwoordiger van die firma zou in Oldenburg gezien zijn. Gelukkig bereiken deze berichten ook de Nederlandse bestuurders. In oktober komen in Zwolle provinciale bestuurders bijeen uit Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland. Uit Friesland zijn dat de heren J.H. van Boelens (1792-1865)  en J.H. Beucker Andreae (burgemeester van Leeuwarden). 

BoelensJHvan.jpg

Mr. J.H. van Boelens (1792-1865)

JRThorbecke-2.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

J.R. Thorbecke, minister van Binnenlandse Zaken

Het bevreemdt de heren dat Balkema en Comp. voor een Engelse onderneming concessie voor de aanleg van spoorlijnen in Noord-Nederland heeft aangevraagd. Vanuit Hamburg komen berichten dat zich daar twee Engelse heren hebben opgehouden van een 'solide Engelse firma'. Deze firma stelt zich ten doel een directe spoorverbinding tussen Noord-Duitsland en Harlingen aan te leggen ter verbetering van de handel tussen Duitsland, Nederland en Engeland. Een van de Engelse ondernemers zou Stephenson heten.
In november worden gemeenteraden in Noord-Nederland opgeroepen het plan van Balkema en Comp. te steunen en dit kenbaar te maken bij J.R. Thorbecke, de Minister van Binnenlandse Zaken

In Friesland schrijven J.H. van Boelens (oud-burgemeester), J.H. Beucker Andreae (burgemeester Leeuwarden), P. Adema Zijlstra (burgmeester Harlingen) en F. Fontein (zeehandelaar Harlingen) een brief aan de Provinciale Staten van Friesland om bij de Regering aan te dringen op de aanleg van spoorwegen. Er volgt een ‘mededeling aan de Minister’: "Is het de Minister bekend dat men Engeland bezig is een maatschappij te vormen tot het aanleggen van een spoorweg....". Er worden daarna spoorwegen genoemd door heel Nederland, ook die van Groningen, over Leeuwarden naar Harlingen. Dergelijke middelen (spoorwegen) zijn, volgens de mededeling, van belang voor het bloeien en bestaan van Nederland. De gemeenteraad van Leeuwarden besluit met 17 tegen 1 stem een dergelijk verzoek aan de Minister te doen.