1864

In januari 1864 schrijft de Amsterdamsche Courant dat er grote problemen zijn bij de onteigening van percelen in Friesland, vanwege de onnauwkeurigheid van de taxateurs. De Leeuwarder Courant meldt dat er wel verschillen zijn, maar niet zo veel als de Amsterdamsche Courant beweert. Ongeveer de helft van de eigenaren in Tietjerksteradeel heeft de gronden namelijk in minnelijke schikking toegezegd.

Ondertussen is men in maart 1864 in Grijpskerk begonnen met de aanleg van de aardebaan voor de spoorweg van Leeuwarden naar Groningen.

Op 25 maart 1864 keurt de Minister van Binnenlandse Zaken het ontwerp van het halte-emplacement van Hardegarijp goed. Jan Willem Witsen Elias (1828-1889), van de Staatsspoorwegen, vraagt daarna per brief d.d. 10 april 1864 of de gemeente Tietjerksteradeel bereid is tot het bestraten van een toegangsweg vanaf de Straatweg naar Groningen naar de halte. Met de ‘toegangsweg’ wordt de huidige Stationsweg bedoeld. In de brief staat dat de halte wordt geplaatst tussen het snijpunt van de spoorweg met de Straatweg naar Groningen (nu Rijksstraatweg) en het punt waar het voetpad naar Rijperkerk de lijn kruist (Stationsweg/Slachtedijk). Ten zuiden langs de spoorweg wordt dan een straatweg aangelegd. De Staatsspoorwegen leggen de straatweg aan vanaf de Straatweg naar Groningen (Rijksstraatweg) tot aan het station en de gemeente vanaf het station tot aan het zandpad naar Rijperkerk (Stationsweg/Slachtedijk).

Kaartje van het stationsemplacement van 'Halte Hardegarijp'.
(klik op de afbeelding voor een vergroting)

De toevoeging van halte Hardegarijp aan de plannen heeft tot gevolg dat er meer grond nodig is. Een commissie, bestaande uit de heren Sjuch van Welderen baron Rengers en Hajo van der Kooi, beiden lid van Gedeputeerde Staten van Friesland en de heer Jan Willen Witsen Elias (1828-1889), eerst aanwezend ingenieur bij de Staatsspoorwegen te Leeuwarden en de heer Johan Æmelius Abraham van Panhuijs, hoofd van het gemeentebestuur van Tietjerksteradeel, houdt daarom op 3 augustus 1864 een hoorzitting in het gemeentehuis in Bergum.

Er verschijnt slechts 1 belanghebbende, namelijk Anne Carel Wijckerheld Bisdom, zonder beroep, uit Den Haag. Hij verklaart bewaar te hebben tegen de onteigening van zijn gronden, nodig voor de halte Hardegarijp. Hij heeft niet genoeg tijd gehad zijn bezwaren volledig uiteen te zetten en wil in een later stadium zijn bewaren schriftelijk aan de Commissie kenbaar te maken. Voordat de zitting is afgelopen heeft Anne Carel het gemeentehuis alweer verlaten.

Sjuck_van_Welderen_Rengers.jpg

Sjuck van Welderen baron Rengers (1799-1870) was een Nederlands politicus. Hij werd in 1823, net als zijn vader, groot- en overgrootvader voor hem, grietman in Wymbritseradeel.

EngelenGStaten.jpg

Jhr. Mr. Willem Engelbart Engelen (1817-1879), lid Provinciale Staten van Friesland van 1851 tot 1879, maar nam in 1875 als gedeputeerde ontslag om gezondheidsredenen.

 

Op 4 oktober 1864 komt de Commissie, nu bestaande uit de heren Haje van der Kooi en Willem Engelbart Engelen, beiden lid van Gedeputeerde Staten van Friesland, de heer Jan Willen Witsen Elias, eerst aanwezend ingenieur bij de Staatsspoorwegen te Leeuwarden en de heer Johan Æmelius Abraham van Panhuijs, hoofd van het 

JAE_van_Panhuys_gestorven_in_1907.jpg

Jhr. Mr. Johan Æmilius Abraham van Panhuys, (1836-1907) was in zijn tijd de rijkste man van Groningen. Hij was burgemeester van de gemeenten Tietjerksteradeel (1864-1880) en Groningen (1880-1883) en lid van Provinciale Staten van Friesland (1866-1883). Aansluitend hierop was hij commissaris van de Koningin van Groningen (1883-1893) en daarna, in 1893, gedurende korte tijd commissaris van de Koningin van Overijssel. Van Panhuys was Minister van Staat vanaf 1898 tot zijn dood in 1907.

gemeentebestuur van Tietjerksteradeel, opnieuw naar Bergum en houdt een hoorzitting in het gemeentehuis in Bergum. Er verschijnt nu geen enkele  belanghebbende. Er zijn dus geen bezwaren meer tegen de halte Hardegarijp. 

Ondertussen wordt flink doorgewerkt aan de spoorweg. In verband hiermee is vanaf 18 oktober 1864 de Tietjerkstervaart gestremd voor de scheepvaart.

Op 20 oktober 1864 wordt het besluit van Zijne Majesteit Koning Willem III tot onteigening van percelen ten behoeve van de aanleg halte Hardegarijp in het Staatsblad geplaatst. Het betreft ruim 9 hectare van de eerder genoemde mr. Anne Carel Wyckerheld Bisdom uit ’s-Gravenhage.

In december 1864 wordt er in Buitenpost een begin gemaakt met het leggen van de rails in de richting van Groningen. Naar de kant van Leeuwarden is de aardebaan bij stukken en brokken nog onderbroken door eigendommen van landbezitters, die nog steeds met de Staat der Nederlanden overhoop liggen.